De onmiddellijke inning: administratief
Een onmiddellijke inning is een voorstel van de politie of het parket om de zaak meteen administratief af te handelen. Het bedrag staat vast per graad: 58 euro voor een eerste graad, 116 euro voor een tweede, 174 euro voor een derde, telkens plus administratieve toeslag.
Betaal je, dan erken je de overtreding en is de zaak afgesloten. Betwist je, dan betaal je niet en volgt de minnelijke schikking. Twijfel je over de feiten, laat de boete dan eerst gratis nakijken voor je een keuze maakt.
Minnelijke schikking en bevel tot betaling
Heb je de onmiddellijke inning niet betaald, dan kan het parket een minnelijke schikking voorstellen. Dat bedrag ligt doorgaans 33% hoger dan de inning. Betaal je dat ook niet, dan kan een bevel tot betaling volgen, met een verhoging van 35% bovenop de schikking.
In beide stappen ben je dus duurder uit dan bij de oorspronkelijke inning. Zolang je dossier in die fase zit is een minnelijke regeling vaak nog mogelijk, en kan een advocaat met het parket overleggen over een lager bedrag of een afbetaling.
Voor de politierechtbank: de penale boete
Wordt ook het bevel niet betaald, of meteen bij ernstige feiten (vierde graad, herhaalde overtreding), dan kan je gedagvaard worden voor de politierechtbank. Daar bepaalt de rechter een penale geldboete tussen 55 euro en doorgaans 2.750 euro of meer, afhankelijk van de feiten. Op die geldboete komen de opdeciemen, sinds 1 februari 2026 met factor 10.
De rechter kan ook een rijverbod opleggen, of in zware gevallen een gevangenisstraf. De bedragen lopen snel hoog op, dus is het bij een dagvaarding altijd verstandig je dossier te laten bekijken voor de zitting.